zondag 20 mei 2012

Wie zijt ge en wat hebt ge met mijn lichaam gedaan?*

Enige tijd geleden kwam een van mijn collega's met trots melden dat hij ging meedoen aan de 1000 kilometer van Kom op tegen Kanker. Dat is blijkbaar een traditie bij de Confederatie Bouw om daar aan mee te doen. Al lachende zei ik toen: "moest ge nog ne gek nodig hebben, dan laat ge het mij maar weten". Tien minuten later kwam daar een mail binnen die begon met "Beste Sportievelingen".

Ja lap, ik had dus het spek aan mijn been.

Er is een tijd geweest waarbij onze sportief directeur, onze ondervoorzitter en ikzelf éénmaal per jaar een fietstochtje ondernamen om daar dan een braspartij weekendje aan vast te knopen. De eerste keer zijn we naar Durbuy gegaan, de keer erop naar Nederland.

Vermits er toen nog absoluut geen sprake was van triatlon, of bij uitbreiding enige andere fysieke activiteit, moest ik een fiets lenen. En gelukkig kon ik de fiets krijgen van de vader van een van de deelneemsters aan het weekend. Enige probleem echter was dat de vader in kwestie minstens 20 centimeter kleiner is dan mij. En dat het zijn koersfiets was die hij had gekregen bij zijn plechtige communie...

Ja...

Kijk, ik weet dat ge een gekregen paard niet in de bek moogt kijken, maar toch, een koersfiets waarbij ik met mijn knieën op amper 2 centimeter van het stuur kom... ge kunt dat bezwaarlijk ideaal noemen. Maar kijk, ik had een fiets, waarom zou ik hier moeilijk over doen?

De fietstocht zelf dan. Kort samengevat: na een uur was bij mij het beste eraf. En dan hadden we nog maar juist 1/4 van de tocht gedaan. Het vlakke stuk dan nog maar... Ergens, weet ik veel waar, moest ik dan nog een helling op fietsen kruipen. Een helling die elke verstandige mens alleen maar per ladder zou beklimmen. Ondertussen werd ik dan nog aangemoedigd door mijn medefietsers met kreten zoals "Komaan Tristan, stapt hier af en neemt de trein" of "in Luik is er een heel sjiek treinstation Tristan". Waarop ik dan zeer fijntjes reageerde met "mannen, ik ben van bij het begin tegen heel dit fietsidee geweest, nu moet ge mij der maar bij nemen." Waarop we dan de fietstocht konden verderzetten.

Enig moment later is dan ook gebleken wat een grote motivator angst kan zijn. Met benen die compleet verzuurd waren, al van sinds ik thuis de oprit had verlaten, moesten we ineens een stukje "grote baan" doen. Het kwam er eigenlijk op neer dat we op een autoweg moesten fietsen zonder fietspad. Met links van ons voorbijrazend verkeer - onder het motto "die snelheidsbeperking van 90 per uur telt alleen voor de mensen die hier wonen" - en rechts van ons een strook gras. Geen fietspad, niets. Laten we zeggen dat ik toen elk laatste restje dat ik nog had uit mijn benen heb geperst om zo snel mogelijk mezelf in veiligheid te kunnen brengen.

Het jaar erop zouden we naar Nederland gaan. "Het is maar 100 kilometer en in Nederland is alles plat." Dat platte gedeelte klopte. Die 100 kilometer echter... 130 kilometer! Onnodig te zeggen dat die laatste 30 kilometer er veel te veel aan waren. In elk ander democratisch land wordt ge voor zo'n vergissingen tegen de muur gezet! En een ondervoorzitter die de hele tijd op een wiel rondjes rond u zit te fietsen is ook niet echt aanmoedigend.

Met die wetenschap in het achterhoofd ben ik dus begonnen aan de 1000 kilometer van KOTK. Zelf zou ik de 125 km van Mechelen naar Tongeren voor mijn rekening nemen. Ik ken mijne weg daar toch al een beetje, gezien mijn roots daar liggen.

5h30: op dit onchristelijk vroege uur gaat mijn wekker dus af. Dit doet ongelofelijk veel pijn. Maar kom, eruit, pannenkoekjes in de micro als ontbijt, met goed veel choco erop. Mij omkleden, mijn spullen meepakken en we zijn vertrokken. Ik ben zo vroeg opgestaan omdat ik nog eerst met de fiets van Vilvoorde naar Mechelen moet. Het lijkt mij een beetje te zot om eerst met de auto naar Mechelen te gaan om hem dan 's avonds terug te gaan moeten ophalen. Die 10 kilometer die nemen we er maar bij.

En we waren vertrokken! Ik reed mee met de traagste groep, van zo'n 25 km/h gemiddeld. De beginnelingen als het ware. En dat was er aan te merken want nog aan de start viel er iemand om omdat hij niet tijdig uit zijn klikpedalen raakte. En er zouden er onderweg ook nog enkelen volgen.

Het was echt zalig cruisen. Ik moet eerlijk zeggen dat het van mij zelfs iets sneller had gemogen. Allez ja, ik zeg dat nu wel, maar ik weet niet of ik het tegen een hoger tempo ook nog zo fijn zou hebben gevonden. 25 per uur, dat ging vlotjes. Zeker gezien mijn beperkte trainingen en het feit dat ik de laatste twee weken zonder fiets zat. Doordat ik de enige van de Confederatie Bouw was, begint ge natuurlijk een praatje te slaan met de mensen rondom u. En dan gaat de tijd heel wat sneller. We waren in Lummen voor we het wisten. Tijd voor een tussenstop. Versnaperingen, sportdrank en sanitaire stop, alles wat ik juist nodig had op dat moment.

Dat is iets wat ik ondertussen tot mijn scha en schande ook al heb geleerd. Op de fiets moet ge veel eten. Elke kans dat ge krijgt om te eten moet ge dan ook aangrijpen. En onderweg dan nog een "gelleke" nemen voor extra suikers helpt ook alleen maar. Geen man met de hamer voor mij vandaag! Wat ik ook tot mijn scha en schande aan het leren ben, is het wandelen met schoenen waaronder zo'n plaatjes voor de klikpedalen staan. Als de ondergrond iets te glad is, loopt ge een zeer groot risico op uitglijden. Een spagaat was mij gelukkig gespaard gebleven. Net als enige andere gênante vertoningen.

Terug de fiets op, richting Tongeren. In Hoeselt reed ik ineens naar Patrick Dewael. En hij had precies nog niet veel training gehad dit jaar, aan zijn rood aangelopen gezicht te zien. En de valsspeler had maar ingepikt bij de laatste 50 kilometer. Spijtig genoeg voor hem waren het juist de steilste. Maar omdat het binnenkort verkiezingen zijn snelde hij zich toch naar voren toen we op de Bilzersteenweg waren met de basiliek in zicht, zodat hij toch vooraan in het peloton kon aankomen. In het voorbijrijden dan nog eventjes wuiven naar mijn nonkel en tante die langs de baan stonden te wuiven en na een laatste nijdig klimmetje waren we in Tongeren City, waar we nog langs een erehaag moesten rijden en een fanfare ons aanmoedigde. Een zeer fijne ontvangst!

In het college - "het gevang" volgens papa - was er dan nog een lekker middagmaal en dan kon ik mijn fiets aan de haak hangen en werd de rit van Tongeren naar Mechelen door een oud-collega vervolledigd. Ik was ondertussen uitgenodigd bij onze ondervoorzitter om mij daar te gaan douchen en hij was zelfs zo sympathiek om mij van kleren en een stuk taart te voorzien.

Oorspronkelijk was mijn plan om nog naar Halen terug te fietsen (zo'n 40 km) maar na lang aandringen van de ondervoorzitter heeft hij mij dan toch terug naar huis gebracht. Nu, zonder overdrijven, ik zou fysiek er dus wel degelijk toe in staat voor geweest zijn om die bijkomende 40 kilometer gedaan te hebben. En ik had er al 130 in de benen! Ik herkende mijn eigen lichaam gewoon niet meer.

Epiloog: 's anderendaags voelen de benen nog steeds fris, alleen de ellebogen, de nek en de schouders voelen wat stroef aan. Een slechte zithouding waarschijnlijk en dus niets te maken met de conditie of een eventueel gebrek daaraan.

*En hoe kom ik in godsnaam aan die roodverbrande kop? Ah ja juist, nog pinten pakken in de volle zon met de ondervoorzitter, de sportief directeur en nog drie andere nozems. Was ik al vergeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen