dinsdag 20 maart 2012

Ego te absolvo a peccatis tuis in nomine Patris et Filii et Spiritus Sancti.*

Ik moet eerlijk zeggen dat het voor mij ook al eventjes geleden was. Normaal gezien moet ge eenmaal per jaar tussen palmzondag en Pinksteren gaan biechten, maar ik ben dat de laatste 18 jaar zo wat uit het oog verloren. Tja, sinds Zuster Gracia mij niet meer wijst op mijn verplichtingen als goede christen is het allemaal zo een beetje verwaterd vrees ik.

Maar gezien de ernst van de feiten had ik besloten het zekere voor het onzekere te nemen en was ik dus zondag, voor het eerst sinds lang, naar de kerk gegaan. Voor de heidenen en ongelovigen onder jullie, heb ik hier een korte beschrijving gegeven van hoe zo een biecht er aan toe gaat.

Eerst en vooral is er de biechtstoel. Iedereen die ooit een kerk langs binnen heeft gezien, kent ze wel: bruin gevernist en blinkend opgewreven met flink wat boenwas. Met zo'n muffe gordijntjes om de mensen toch wat privacy te bieden. Welnu, als dat uw eerste indruk was, ze klopt volledig. Je ruikt de boenwas, je ruikt de muffe gordijntjes. Een oncomfortabel knielbankje en een roostertje waartegen je moet spreken maken het beeld compleet.

Ik installeer mij dus met mij knieën op die pijnbank en het deurtje achter het rooster schuift open. De pastoor fezelt iets tegen zichzelf en laat dan een stilte vallen. Waarna ik dan begin.

"Vader vergeef mij want ik heb gezondigd." (Dit is zowat de standaard openingszin in een biechtstoel. Op café tegen een meisje maakt zo'n openingszin echter zeer weinig indruk. Geloof me vrij, ik heb het al meermaals geprobeerd. Als een meisje echter deze zin op café tegen u komt zeggen, is mijn inziens de enige correcte reactie: "Who's your daddy?!")

"Vertel mijn zoon." (Variant hierop is: ik luister mijn zoon. In sommige parochies is deze "mijn zoon" nogal letterlijk te nemen.)

"Welnu vader, ik heb een doodzonde begaan."

"Een doodzonde nog wel? Wéét gij eigenlijk wel wat een doodzonde is? Zijt ge niet wat te jong om zo'n zware termen te gebruiken?"

"Vader, jawel. Men bedrijft doodzonde, wanneer men de wet van God overtreedt in een gewichtige zaak, met volle kennis en volle toestemming. De doodzonde ontneemt ons de heiligmakende genade, de verdiensten van onze goede werken, en het recht op de hemel; zij stelt ons in vijandschap met God, en verdient ons de eeuwige straffen der hel." (De pastoor in kwestie knikte bevestigend en was aangenaam verrast door mijn parate kennis.)

"Allez mijn zoon, ik hoor dat ge uwe catechismus alvast zeer goed kent. Vertel eens, wat hebt ge dan juist verkeerd gedaan?"

"Vader, ge weet dat God ons bepalingen oplegt die we moeten volgen en naleven. En als goede gelovige probeer ik de regels die mijn God mij oplegt zo goed en zo kwaad als mogelijk na te leven. Nu, zoals ge weet, de duivel is overal. En de duivel komt altijd om de hoek loeren op het moment dat ge het zwakste zijt. Welnu, ik ben zaterdag na mijn zwemtraining naar de Colruyt gegaan om mijn inkopen te doen. En daar ben ik bezweken en heb ik toegegeven aan mijn zwaktes, mijn... verlokkingen. En zondagavond ben ik dan helemaal onderuit gegaan en kon ik niet langer aan de verleidingen weerstaan. Ik wist dat ik het niet mocht doen, maar ik heb het toch gedaan. Zaterdag kon ik mij er nog net tegen verzetten, maar zondag lukt het mij niet meer. En heb ik dus gezondigd..."

"Ik snap het. Maar mijn zoon, ge beseft toch dat ik u alleen maar kan vergeven als ge ook berouw toont. Hebt ge oprecht spijt van uw zonden?"

"Laten we zeggen vader, dat ik vooral spijt heb dat die pot Ben&Jerry's en die zak peper- en zoutchips nu al leeg zijn."



*Amen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen