zondag 26 februari 2012

Ik en mijne grote mond - deel 1 en 2*

Zaterdag mijn eerste zwemles. Luctor et emergo zijn de woorden die het beste bij deze situatie passen. Mijn zwemstijl valt het beste te omschrijven als: "niet verdrinken". Toch had ik nog de arrogantie om van mezelf te vinden dat ik bij het "gemiddelde" groepje wel zou meekunnen. Vier baantjes crawl om op te warmen. Stukje taart, toch? Twee baantjes crawl later nam ik het verstandige besluit om toch maar bij beginners aan te sluiten. Mijn hart klopte veel te hard naar mijn goesting, ik voelde mij net een verzopen waterkieken. Maar gelukkig was ik niet de enige die zich zo voelde in mijn groepje.

Maar toch, 1.500 meter crawl lijkt momenteel nog zéér ver af. Woensdag gaat Jan zijn plezier met mij hebben denk ik zo. Ikzelf heb er 's anderendaags ook nog mijn plezier aan beleefd. Stijve schouders van het kon niet meer. En dat op een moment dat ik mij moest klaarmaken om te gaan fietsen. Fijne vooruitzichten.

Fietsen dan. Afspraak, zondagmorgen om 9 uur. Ik heb mij altijd afgevraagd wat zo'n mensen bezielt om 's morgens vroeg op een zondag in een veel te strak pak rond te rijden langs Vlaamse wegen, terwijl ze de rest van het verkeer terroriseren. Ik heb tenminste nog een excuus: ah ja, ík ben aan het oefenen voor een triatlon. Wat is die andere mensen hun excuus? "Ik heb geen leven?" Zelfde vraag trouwens voor de mensen die ik tegenkwam en die aan het vissen waren. "'s Morgens vroeg bijten ze beter?" Maar ja, als het ze maar van de drugs afhoudt zeg ik dan maar.

Fietsen dus. Het begon aan een gezapig tempo, volgen was geen enkel probleem. Tot er ineens een schifting was en "de snelle groep" zich afsplitste. Zat ik toch wel mee in de snelle groep zeker? Als Philippe Gilbert na de Omloop Het Nieuwsblad zegt dat hij de juiste vlucht heeft gemist, dan kan ik net het omgekeerde zeggen. Ik had de verkeerde groep genomen. Plus ook, remember Durbuy en remember De Roompot. Het eerste uurke voor de verandering weer iets te veel gegeven, met als gevolg dat ik de overige twee uur heb mogen aanklampen. En het laatste uur was het echt te veel. "Trappen tot de snot uit mijne rug kwam" zou Bart Wellens zeggen. En nog gene meter vooruit gaan he. Verzuring tot en met. J-P was dan nog zo vriendelijk om mij moed komen in te spreken, mij uit de wind te zetten en wat bij mij te blijven, maar niets hielp. Het koppeke was nog fris, daar niet van, maar de benen hadden het al een eeuwigheid geleden opgegeven. Maar kom, eerlijk, wat had ik dan wel verwacht? Dat ik daar iedereen eventjes uit het wiel zou rijden? Dat ik daar lustig fluitend mee vooraan zou mee kunnen volgen? Dat ze naar mij toe moesten fietsen om te zeggen dat ik wat moest minderen omdat de rest niet kon volgen? Euhm, de laatste 5 jaar heb ik nooit langer dan 20km aan een stuk gereden tegen een tempo waarbij ik net niet omviel. En nu ineens 30-35 per uur gedurende 3 uur aan een stuk.

What was I thinking!?

Thuisgekomen kon ik onder de douche nog maar amper rechtstaan, zoveel pijn deden mijn bovenbenen. Een goei masseuse had waarschijnlijk wonderen kunnen verrichten, jammer genoeg is die er niet. Dan dadelijk op mijn zetel gaan liggen, om toch maar die verzuurde benen een beetje rust te gunnen. Mijzelf ondertussen overgeven aan een vreetbui en een zak chips naar binnengespeeld. Een paar uur later was ik gerecupereerd, maar ik heb een wijze les geleerd voor volgende keer.

In één woord: klikpedalen. (En natuurlijk ook schoenen voor in die klikpedalen te schuiven.)

Allez ja, daar moet het gewoon aan liggen volgens mij. Mijn lamentabele conditie werd gewoonweg extra gefnuikt doordat ik op gewone pedalen moest meepeddelen met een groep waarvan iedereen was uitgerust met klikpedalen. Kijk, ik zoek geen excuses voor mijn zwakke prestatie, maar toch, het is toch nog een extraatje waar ik rekening mee had moeten houden.

*En er gaan volgens mij nog heel veel delen volgen...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen