dinsdag 18 september 2012

Tristan for (Minister) President! Maar wel met zijn mond vol tanden*

Terwijl ik op het strand stond te wachten op het startschot liep er ineens iemand voorbij die mij bekend voorkwam. Kon hem niet direct plaatsen. Toen viel ineens mijne frank. Kris Peeters! Minister President Kris Peeters! Om dan onmiddellijk vast te kunnen stellen dat het merendeel van de mensen er compleet belachelijk uitzien in een wetsuit, Peeters incluis. En het kan zijn wat het wil, maar ik moét dus wel voor dieje kerel eindigen!

Eerst eventjes gaan inzwemmen. Langs scherpe stenen het water in sukkelen, ondertussen mijn voet nog eens fijn openhalen, waarom niet? Het watergevoel viel mij onmiddellijk tegen. Ik voelde het water niet aan, voelde mij er echt slecht in. En het beterde ook niet met er langer in te zwemmen. Fijn vooruitzicht. Soit, als het niet beterde kon ik beter terug uit het water gaan en nog wat op het strand staan te wachten.

Pang. Startschot. Met een paar honderd man tegelijkertijd het water inlopen en beginnen te zwemmen. Hectisch, een ander woord kan ik niet vinden om het te beschrijven. Armen en benen overal, slagen tegen mijn hoofd, armen, benen, mensen die over mij heen kruipen, ik die over anderen heen zwem, totale chaos. En dan is er ineens paniek. Hartslag die de hoogte inschiet, alle twee slagen adem happen in plaats van alle drie, water binnen pakken via de mond, onder water het proberen uit te hoesten, terug naar adem komen happen, nog een slag tegen mijn hoofd krijgen, iemand anders die aan mijn benen trekt...

Tristan rustig. Kalmeer. Rustig blijven zwemmen. Trekt u niets aan van de rest rond u, zwem gewoon uw eigen wedstrijd. Mijn tempo kelderde, maar ik kwam gelukkig in rustiger vaarwater terecht. Naast elkaar of tussen twee man in zwemmen dat gaat mij nog wel af. Ok, we zitten terug in het juiste ritme. Op de eerste boei richten en er naar toe zwemmen, ge zijt goed bezig.

Eerste boei is daar. Fuck, de binnenkant gekozen... Opnieuw een veldslag van jewelste. Anderen die het ook afwachtend proberen aan te pakken en beginnen schoolslag te zwemmen, waardoor hun benen tegen mij shotten, iemand die een trap achteruit geeft wanneer ik zijn voeten aantik als teken dat ik hem voorbij wil zwemmen. De "move" via een draai-rugslagachtig iets geprobeerd om sneller de boei te nemen, gelukt. Op naar de tweede boei, deze keer iets meer langs de buitenkant proberen te zwemmen. Iets rustiger vaarwater opzoeken nu en dan naar het strand toe zwemmen.

Strand oplopen, rustig aan, hartslag schiet terug de hoogte in, het water induiken en opnieuw terug tot rust proberen te komen. Rustig zwemmen Tristan, rustig blijven. Op naar de eerste boei. Het deelnemersveld is nu al heel wat meer uit elkaar geslagen, dus nu kan ik de boei makkelijker passeren. Maar wat is dat nu ineens? Golven? Waar komen die vandaan? Ik voel mijn lichaam heen en weer rollen, begin me zelfs lichtjes zeeziek te voelen. Fuck he man, dat dat zwemmen hier eens redelijk rap gedaan is, dat ik het u zeg. Naar de poort toe zwemmen, een hand die uitsteekt vastgrijpen en uit het water gesleurd worden. Eindelijk! En natuurlijk schiet er juist op dat moment een fijne kramp in mijn dijbeen.

Komaan man, niet belachelijk doen, naar uwe fiets toe, die kramp schiet er wel uit. Twee passen verder kreeg ik al gelijk. Ondertussen het bovenste stuk van mijn wetsuit uitdoen, mijn horloge onder mijn badmuts uithalen en op mijn pols vastzetten, en verder naar de fiets lopen. De trap (!) oplopen en dan zijn we aan de fietsenstalling. Een halve kilometer voorbij het water dus. Op mijn kont laten vallen, wetsuit verder uittrekken en in de zak steken, helm opzetten, bril en naar het vertrek lopen zodat ik kon beginnen te fietsen. Grappig wel, toen ik klaar was om te fietsen riep er iemand van de organisatie, wijzend naar de vertrekstreep op grond "Allez, Over de streep!" Om dan al onmiddellijk eventjes aan de hekken te moeten wachten om een snellere groep te laten passeren die hun eerste ronde reeds hadden afgelegd.

Ik had mijn schoenen op mijn pedalen laten zitten. Op zich geen slecht idee, alleen was ik vergeten dat het eerst nog een kleine bergop was en ik niet genoeg kracht kon zetten met een voet om meteen de andere voet  op de andere pedaal te krijgen. En dus heb ik drie of vier pogingen moeten ondernemen alvorens ik vertrokken was. Dan al rijdende mijn voeten in de schoenen krijgen en ik kon eindelijk vertrekken! En gaan!

Het fietsen ging mij wel goed af, die extra fietstochten hebben opgebracht. Ik haalde gezwind een hele hoop fietsers in. Op een gegeven moment had ik iemand vast met wie ik kon wisselen. Of dat dacht ik toch. Nadat ik hem eventjes de kop liet pakken vroeg ik hem of hij het tempo kon blijven volgen zodat we met twee konden rijden. Zou niet lukken volgens hem. Ik moet zeggen dat mijn ego toen wel gestreeld werd. Ik die te snel reed! Allright!

Op een gegeven moment dan toch een goed groepje gevonden. Het is te zeggen, ene was te goed voor mij en de andere was te slecht. Maar ze zaten bij elkaar in de club denk ik, en dus bleven ze samen. Of toch zo lang mogelijk. De beste boog zich voorover op zijn stuurtje en bepaalde het tempo, ik zette mij in zijn slipstream en de derde haakte vast. En af en toe haakte hij dan af. Zijn collega wachtte dan eventjes op hem terwijl ik verder reed, om hem dan later opnieuw tot bij mij te piloteren. De nummers 200 en 393 mag ik dus zeer dankbaar zijn voor het gezelschap/tempo tijdens het fietsen. Bij deze: heren, merci om mij op sleeptouw te willen nemen.

Het gevoel tijdens het fietsen was dus compleet het tegengestelde van dat bij het zwemmen. Ik voelde mij nog heel fris. Een stevig tempo eropna kunnen houden (ter vergelijking, nu had ik over 43 kilometer 20 seconden meer tijd nodig dan in Vilvoorde over 40 kilometer!) en buiten wat geknoei met mijn drinkbus bespaard gebleven van enige calamiteiten. Onderweg toch heel wat pechvogels gezien die tegen het asfalt waren gegaan. Gelukkig is mij dat bespaard gebleven.

Het lopen dan. Normaal gezien wel mijn sterkste punt. Deze keer echter niet. Door mijn geknoei met mijn drinkbus had ik niet genoeg kunnen drinken onderweg met als gevolg dat ik tijdens het lopen krampen kreeg. Niet onmiddellijk. In het begin ging het zeer goed. Een paar mensen voorbij gelopen. Ik werd zelfs aangesproken door een kleine dame in rode tenue met iets van "'t baguetteke" op dacht ik, die mij herkende en mij zei dat ik goed moest temporiseren. Het tempo dat ik toen liep, was een goed tempo en zou ik wel de 10 kilometer kunnen volhouden dacht ik zo. Helaas.

De hitte begon zijn tol te eisen en ik was uitgedroogd. Het tempo kelderde en ik werd door een hele hoop terug ingehaald en voorbijgestoken. De dame in het rode pakje ook maar er kon nog een aanmoediging van af bij haar. Bedankt! De eerste waterstop leek wel oneindig ver te liggen. Gulzig twee bekertjes naar binnen geklotst en na tien minuten voelde ik de effecten er toch al van. Benen begonnen frisser te voelen, het ging al heel wat beter. Tegen het einde van de eerste ronde kwam ik Jan nog tegen die mij wat kwam aanmoedigen. "Ik zit dood. En dat allemaal voor een hobby" riep ik hem toe. "Als ge het zo goed nog kunt uitleggen hebt ge nog wel overschot!" wist hij mij terug te roepen. Hier moet ik hem echter wel op corrigeren. Ik mag helemaal dood zitten, ik zal nog altijd in staat zijn om onzin uit te kramen.

Tweede ronde, tweede drankstop en het ging allemaal veel beter. In het koppeke toch, de tijden achteraf wezen iets anders aan. Maar kom misschien was dat ook wel de reden waarom het beter voelde, gewoon omdat ik wat rustiger aan liep. Tweede rondje afgehaspeld en dan eindelijk "Over De Streep". Rechtstreeks naar de drank en de bananen. Daar mijn twee fietsbuddies terug tegen gekomen en ze nog eens uitgebreid bedankt voor hun lift.

Al mijn spullen in de auto gaan laden, mijn portefeuille pakken en mezelf nog trakteren op een frisse pint en een vettige braadworst. Zout en vocht, toch? Kris Peeters nog eens voor mij neus zien passeren in zijn geweldig foute outfit van "Een Vlaming in Actie". Reclame maken voor zijn eigen product zullen we maar zeggen? Straks thuis zijn tijd toch eens opsnorren.

Pint en braadworst waren op, nog een cola om het door te spoelen en dan maar naar huis. Onderweg op de brug nog aan de praat geraakt met een ouder koppel. Zij een kokette dame, hij een wat oudere heer. Vermits geen van beiden in tenue waren of er zeer moe uitzagen, ging ik er van uit dat het supporters waren en geen deelnemers. Mijn "en dat voor een hobby" opmerking eventjes gegeven, hoe ik er in was gerold, in het hele triatlongebeuren, mijn "weddement" met de verantwoordelijke voor de internationale betrekkingen met de achtergestelde gebieden in Oost- en West-Vlaanderen vertelt en mijn beklag gemaakt over hoe hij hier zich schandelijk aan probeert te onttrekken.

Dat ik het wel grappig en sterk vond dat Kris Peeters ook had meegedaan. Hadden ze toevallig enig idee welke tijd hij erover gedaan had? 3h09? Allright! Ik was met mijn 2h47 dus sneller dan Kris Peeters! Kick ass! Ze vonden het ook wel grappig, mijn enthousiasme.

"En voor wie zijn jullie komen supporteren? Voor jullie zoon of dochter?"
"Euhm, nee. Ik ben de echtgenoot van Kris Peeters."

*En dan staat ge daar met uw mond vol tanden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen